Nieuws

Undercover in Nederland mag gewoon uitzenden

In zijn programma ‘Undercover in Nederland’ stelt Alberto Stegeman misstanden in Nederland aan de kaak. Daarbij maakt hij vaak gebruik van een verborgen camera. Al vaker kwam voor dat Stegeman’s ‘slachtoffer’ de uitzending van die beelden wilde laten verbieden. Recent stond het fenomeen ‘acquisitiefraude’ in het programma centraal. Daarom filmde Stegeman de heer X. X wilde bij een onderneming cash innen voor een advertentie in de ‘Nationale Branchegids’. Dat bedrijf bestempelt Stegeman als frauduleus. Daarbij deed X zich voor als medewerker van een incassobureau. X wilde in een procedure de uitzending van dit beeldmateriaal tegenhouden en beriep zich daarom onder meer op zijn portretrecht.

De rechter overweegt in het vonnis iets opmerkelijks over het portretrecht. Stegeman en zijn productiemaatschappij hebben toegezegd om het gelaat van X onherkenbaar te maken (te ‘wipen’). Omdat er geen ‘overeenstemming van gelaatstrekken’ zou zijn, is volgens de Voorzieningenrechter geen sprake van een portret in de zin van de wet. Deze overweging lijkt strijdig met de rechtspraak over dit onderwerp. In het arrest Breekijzer, ook al over overvaljournalistiek, zei de Hoge Raad: ‘het geheel of gedeeltelijk onherkenbaar maken van het gelaat van de afgebeelde persoon, behoeft er niet aan af te doen dat er sprake is van een portret in de zin van art. 21 Auteurswet, nu ook uit hetgeen die afbeelding overigens toont, de identiteit van die persoon kan blijken.’ Met andere woorden: het draait allemaal om de herkenbaarheid. Herkenbaarheid voor bekenden is voldoende. Dit besliste de Hoge Raad al in een ander arrest over een foto van een vrouw op een naturistengids.

De zus van X had een aantal bekenden verteld dat X in Undercover in Nederland te zien zou zijn. De Voorzìeningenrechter overweegt dat die bekenden van X, nu zij er rekening mee houden dat X in de uitzending te zien zal zijn, hem zouden herkennen. Zouden die bekenden hem dan niet hoe dan ook herkennen, mede in aanmerking genomen ‘hetgeen de afbeelding overigens toont’? Dan zou wel degelijk sprake zijn van een portret. 

Waarschijnlijk had het voor de uitkomst van de zaak niet uitgemaakt als de Voorzieningenrechter de ‘gewipete’ X wel als portret had aangemerkt. Als slechts een paar goede bekenden X zouden herkennen heeft hij een beperkt privacybelang. Ook in een portretrechtelijke beoordeling had het (beperkte) privacybelang van X het denkelijk afgelegd tegen de vrijheid van meningsuiting van Stegeman. 

Daniël Haije en Daan van Eek

Afdrukken dit artikel