Nieuws

Johan Cruijff versus het portretrecht: 0 – 1

Uitgever Tirion publiceerde in 2003 het fotoboek ‘Johan Cruijff – De Ajacied’. Het boek bevat een verzameling foto’s van de legendarische nummer 14. Vóór publicatie had de uitgever met Cruijff onderhandeld over een financiële vergoeding, maar de partijen kwamen er niet uit. Tirion bracht het boek wel uit, waarop El Salvador naar de rechter stapte. Volgens Cruijff kon hij zich op basis van zijn portretrecht verzetten tegen de publicatie. Hij ging door tot onze hoogste rechter. Het resultaat is een arrest, gewezen op 14 juni jl., waarin de Hoge Raad uitgebreid uitleg geeft over het portretrecht.

De Hoge Raad oordeelt dat voor publicatie van een portret niet steeds toestemming van de geportretteerde is vereist, zoals Cruijff had gesteld. Een geportretteerde kan zich verzetten tegen het zonder zijn toestemming openbaar maken van zijn portret als hij daar een redelijk belang bij heeft waarvoor de uitingsvrijheid in de gegeven omstandigheden moet wijken. Zo’n redelijk belang kan een privacybelang zijn of, ingeval van celebrities, een commercieel belang. Met name dat laatste belang was in deze procedure aan de orde. Het beroep op zijn commercieel belang bij publicatie van zijn portret mocht Cruijff niet baten. Het gewicht van een dergelijk belang is volgens de Hoge Raad afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Een belangrijke omstandigheid is het afwijzen door de beroemdheid van een aangeboden ‘redelijke vergoeding’. Die redelijke vergoeding moet in overeenstemming zijn met de marktwaarde van de celebrity – aldus de Hoge Raad. A-listers verdienen nu eenmaal meer dan C-listers. Tirion had Cruijff een vergoeding geboden, en Cruijff had onvoldoende toegelicht dat het aanbod niet redelijk was. Cassatieberoep afgewezen.

Opmerkelijk: de Hoge Raad lijkt in het arrest een flinke lans te breken voor het privacybelang van niet-bekende personen. Jan-met-de-pet behoeft openbaarmaking van zijn portret ‘in beginsel niet te dulden’. Daarmee lijkt de Hoge Raad af te wijken van standaardjurisprudentie (1, 2) waarin de enkele wens van de geportretteerde om publicatie tegen te gaan onvoldoende werd geacht om een redelijk belang te vormen. Deze uitspraak zal vele pennen losmaken – logisch.

Daniël Haije, portretrecht advocaat

Afdrukken dit artikel