Nieuws

Dual quality marketing: nieuws uit Europa

Er komen nieuwe Europese regels voor het op de markt brengen van dual quality-producten: producten van hetzelfde merk en met dezelfde verpakking, maar met een verschillende kwaliteit per lidstaat. Worden de regels strenger, of loopt het wel los?

De Europese Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken wordt aangepast. Eén van de wijzigingen betreft de marketing van dual quality-producten. Een politiek beladen onderwerp: sommige politici (vooral in Midden- en Oost-Europa) zien deze praktijk als ontoelaatbare discriminatie en vinden dat sprake is van misleiding. Bijvoorbeeld wanneer vissticks van een bekend merk in West-Europa meer vis bevatten dan in Oost-Europa. Veel bedrijven zien de differentiatie in kwaliteit echter als logische marktwerking: producten worden aangepast aan de lokale behoeften. Daarbij hoort soms ook dat minder hoogwaardige ingrediënten worden gebruikt: zo wordt een product toegankelijk gemaakt voor consumenten in lidstaten waar de inkomens lager liggen dan in bijvoorbeeld West-Europa.

Het Europese Parlement wilde aanvankelijk hard ingrijpen en het op de markt brengen van dual quality-producten verbieden. Zo ver kwam het niet. Wél wordt dual quality-marketing een praktijk die onder omstandigheden misleidend is. De nieuwe regel laat ruimte voor interpretatie, maar het lijkt erop dat niet alleen sprake kan zijn van misleiding bij expliciete kwaliteitsclaims (“Dezelfde hoge kwaliteit, nu ook in Tsjechië!”). Ook het niet vermelden dat sprake is van een lagere kwaliteit zal mogelijk verboden zijn.

Actieve handhaving door consumentenautoriteiten in Midden- en Oost-Europa ligt voor de hand, juist omdat het gaat om een politiek relevant onderwerp. Exporterende bedrijven (vooral in de levensmiddelenindustrie) zullen dus goed moeten nadenken over hun branding, productsamenstelling en marketing in Midden- en Oost-Europa.

De wijzigingen in de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken zijn goedgekeurd door het Europees Parlement en voorgelegd aan de Europese Raad. Na goedkeuring door de Raad hebben lidstaten 24 maanden om de nationale wetgeving aan te passen.

Vragen over dit onderwerp? Neem gerust contact met mij op.

Bram Duivenvoorde, advocaat

Afdrukken dit artikel