Nieuws

HvJ AMS Neve/Heritage Audio: plaats inbreuk online advertenties = plaats waar de doelgroep zich bevindt

Een onderneming elders in de EU gebruikt zonder toestemming jouw Uniemerk in een online advertentie. De advertentie is gericht op het Nederlandse publiek. Kun je als Nederlandse merkhouder de inbreukmaker voor de Nederlandse rechter slepen? Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) geeft in zijn arrest AMS Neve/Heritage Audio het antwoord: jazeker.

De bevoegdheid van de rechter in zaken die gaan over inbreuk of geldigheid van een Uniemerk is geregeld in de Uniemerkverordening. Zo’n zaak kan worden aangebracht bij de rechtbank voor het Uniemerk (in Nederland: de rechtbank Den Haag) in de EU-lidstaat waar de verweerder zijn woonplaats heeft. De rechter is in dat geval bevoegd ter zake van inbreuk of dreigende inbreuk op het grondgebied van alle EU-lidstaten. De Uniemerkverordening kent daarnaast een alternatief bevoegdheidsaanknopingspunt: een inbreukzaak kan ook worden gebracht voor de rechtbank voor het Uniemerk in de lidstaat waar de inbreuk heeft plaatsgevonden of waar de inbreuk dreigt plaats te vinden. De hamvraag is in dat geval dus: wat is de plaats “waar de inbreuk heeft plaatsgevonden of waar de inbreuk dreigt plaats te vinden”? Het antwoord daarop kan lastig zijn wanneer de inbreuk grensoverschrijdend via internet plaatsvindt, bijvoorbeeld door middel van een online advertentie die is gericht op Nederland maar afkomstig is uit een andere EU-lidstaat.

Het HvJ had in het arrest Coty bepaald dat “inbreuk” betrekking heeft op een actieve gedraging van de vermeend inbreukmaker. Dan denk je natuurlijk al snel aan de plaats waar een inbreukmakende verkoopaanbieding of advertentie actief online is gezet (althans waar actief is besloten om dit te doen). Precies in die lijn oordeelde de rechtbank Den Haag in 2017 in een bevoegdheidsincident in de zaak Novomatic/Betsoft. De rechtbank ging in dat vonnis bij de duiding van het begrip “plaats waar de inbreuk heeft plaatsgevonden” uit van de plaats waar de beslissing is genomen om het technische proces dat tot de vermeende inbreuk heeft geleid te starten. De plek waar is besloten om e.e.a. online te zetten dus.

Het HvJ oordeelt nu anders. Onder verwijzing naar het arrest L’Oréal/eBay merkt het HvJ op dat de handeling die bestaat in het via internet weergeven van reclames en verkoopaanbiedingen geacht moet worden te zijn verricht op het grondgebied waar de doelgroep van die advertenties en aanbiedingen zich bevindt. Ook als de (vermeend) inbreukmaker op een ander grondgebied is gevestigd, de server van de website die hij gebruikt op een ander grondgebied staat, en de waren waarop deze advertenties of aanbiedingen betrekking hebben zich op een ander grondgebied bevinden. De doelgroep bepaalt de bevoegdheid.

Buitenlandse partijen die gericht op Nederland online adverteren met ongeoorloofde gebruikmaking van een Uniemerk moeten er nu rekening mee houden dat zij zich moeten verantwoorden voor de Haagse rechter.

Daniël Haije

Afdrukken dit artikel