Nieuws

Parallelimport: merkinbreuk, of toch niet?

Bij parallelhandel gaat het om handel in originele producten. Maar omdat de producten bestemd zijn voor een andere markt (niet Europa) worden ze goedkoop ingekocht. Uiteindelijk worden deze parallel-geïmporteerde producten dan toch in Europa, tegen lagere prijzen en niet via het officiële distributiekanaal, aangeboden. Voor veel merkhouders is dit een groot probleem.

Ook Hennessy verkoopt haar whisky via een zelfgekozen distributienetwerk in Europa. Zij wil natuurlijk niet dat de whisky door derden voor veel lagere prijzen op diezelfde markt wordt aangeboden.

Hennessy dagvaardt daarom parallelhandelaar LB11 op grond van merkinbreuk. Volgens LB11 gaat het echter om originele flessen die Hennessy zelf in Europa in het verkeer heeft gebracht. Dat moet LB11 dan wel bewijzen. Daarvoor moet zij de héle keten van handelaren laten zien, die – als het goed is – terugvoert tot een handelaar uit het officiële Hennessy distributienetwerk. Pas dan heeft LB11 bewezen dat de flessen whisky ‘met toestemming van Hennessy in het verkeer zijn gebracht’. Dan zijn de merkrechten van Hennessy ‘uitgeput’. Zonder dit bewijs wordt merkinbreuk aangenomen.

Het mag duidelijk zijn dat een parallelhandelaar zijn bron (het lek in de keten) niet wil prijsgeven – dan droogt zijn handel immers op! Hoe moet de parallelhandelaar omgaan met de onvermijdelijke ‘squeeze’, als hij zich wil verweren tegen de merkinbreukclaim?

Het Hof Den Haag vond daar iets nieuws op: ten eerste heeft zij de informatie over de keten van handelaren aangemerkt als vertrouwelijke informatie. Vervolgens heeft het Hof een ‘confidentiality club’ ingesteld, bestaande uit één werknemer van Hennessy en één advocaat van Hennessy. Alléén deze twee personen krijgen toegang tot de vertrouwelijke informatie. Zij kunnen dan verifiëren of de merkrechten zijn uitgeput of niet. Deze informatie mogen ze uiteraard alleen gebruiken voor deze procedure en mogen ze niet met anderen delen. Als het voor de procedure nodig is dat ze documenten wel delen (met bijv. collega’s), moet alle vertrouwelijke informatie zwartgemaakt worden. Op overtreding is een enorme dwangsom gesteld, die kan oplopen tot € 3.000.000.

Het is de eerste keer dat het Hof het relatief nieuwe wetsartikel art. 1019ib Rv toepast. Aardig te weten is dat het wetsartikel niet geschreven is voor een IE-procedure, maar afkomstig is uit de Richtlijn Bescherming Bedrijfsgeheimen. Een praktische, creatieve aanpak van het Hof die voor beide partijen in dit soort parallelimportzaken een vooruitgang is.

Moïra Truijens

Afdrukken dit artikel